Vanachter zijn haringschoonmaakplankje ziet visboer Peter Deen het winkelcentrum Rivierenplein, dat stamt uit de jaren zestig, langzaam verpauperen. Het is een kwestie van tijd totdat het wordt opgekocht, en gesloopt, door twee gewiekste handelaren in onroerend goed, die ook nog een deel van een aangrenzend natuurgebied verschalken. Naar de laatste inzichten zetten zij er een meubelboulevard neer, waar filiaalhouders als De Meubelkeizer en De Keukenprinses zich vestigen, die een voortdurende stroom anonieme klanten trekken. In het even vermakelijke als verontrustende De meubelboulevard schetst Tony van der Meulen met een scherp oog voor satirische details een ontluisterend portret van een jachtige, anonieme samenleving. Een samenleving waarin de publieke smaak de goedkoopste gemene deler is. Het is het verhaal van vervlakking, verveling en verloedering, van bestuurlijke en commerciële desinteresse. Maar in het naburige café Rivierzicht willen ze daar niets mee te maken hebben. Daar zitten nog echte mensen aan de bar.