In de jaren 1975-76 bezoekt V.S. Naipaul gedurende de noodtoestand India. Hij treft het land aan in een staat van chaos: er worden massaal arrestaties verricht, de pers wordt gecensureerd en de oppositie van Indira Gandhi's Congrespartij is monddood gemaakt. Dit is voor Naipaul een bevestiging van de overtuiging die hij al in zijn eerste boek heeft verwoord: de Indiase beschaving is gewond door eeuwenlange overheersing en heeft nog steeds geen oplossing gevonden voor de enorme problemen waarmee het land geconfronteerd wordt.