In 'Mijn handen zijn gelijk de jouwe' praat een zoon met de schim van zijn dode moeder. Hij probeert haar dood te verwerken door er een boek over te schrijven. In het Prins Hendrik hotel te Amsterdam huurt hij de Chet Bakerroom voor drie dagen af. Hij slikt allerlei drugs en hallucineert dat zijn moeder uit het dodenrijk is teruggekeerd. Hun laatste gesprek badineert tussen grappige, hekelende zinnen en filosofische bedenkingen over de ziel. Een macabere dans tussen dode moeder en zoon. Het boek kreeg in België de Gouden Meeuw als beste romandebuut. Het werd vergeleken met de wilde popmuziek van Velvet Underground.