Tweehonderd jaar geleden werd het (Koninklijk) Instituut voor Onderwijs van Blinden in Amsterdam opgericht. De rechtsopvolger van dit instituut, Visio, zet zich nog altijd in voor mensen met een visuele functiebeperking. Tastend door de tijd beschrijft twee eeuwen onderwijs aan en zorg voor blinde en slechtziende mensen. De doelstelling van die zorg kent een opmerkelijk continuïteit. Vanaf het begin ging het om hulpverlening bij het vinden van een zelfstandig bestaan. Even opmerkelijk is het dat de aangewende middelen daarmee steeds meer in tegenspraak raakten. Het groeiende hulpverleningsapparaat leidde juist tot de institutionele afzondering van een groot deel van de doelgroep. Onder druk van ouders en van slechtziende en blinde volwassenen en door de veranderende inzichten bij professionele hulpverleners kwam na 1980 opnieuw de nadruk te liggen op maatschappelijke integratie en participatie.